Nieuws

Alle berichten die eerder in de media zijn verschenen verzameld.

Mocht u een suggestie voor een passend onderwerp dat ik kan behandelen in een artikel.

Dan hoor ik dat natuurlijk graag!

Met vriendelijke groet, Gijs Jan


De man aan het roer

De man aan het roer

Dit is “Opa Spaans” uit Scheveningen tijdens een zeiltochtje, zo’n 25 jaar geleden. Een behoorlijk contrast met wat hij tijdens zijn werkende leven op zee heeft meegemaakt. Hij was de grootvader van mijn vrouw en een ontzettende lieve en aardige man. Geboren in 1917 in een gezin met 11 kinderen en uit een echt “vissersgeslacht”.

Van jongs af aan is hij op zee geweest. Het was een keihard bestaan. Hij was weken van huis, met veel ontberingen en het werd niet al te best betaald. Regelmatig verdronken er collega’s die nooit meer werden teruggevonden. Twee zwagers van hem zijn al op jonge leeftijd verdronken, beiden lieten een gezin achter. Dit maakte grote indruk op hem. Bij deze gezinnen was het al geen vetpot, maar het wegvallen van de kostwinner was dramatisch. Dergelijke gezinnen werden onderhouden door familie in die tijd.

Zelf heeft hij ook schipbreuk geleden. Voor de haven van IJmuiden, liep zijn schip vast op het wrak van de Scheveningen 68. Het wrak van het schip waarop één van zijn zwagers schipper was. Hij kon ternauwernood gered worden. Door te zwaaien met zijn witte hemd werd hij opgemerkt aan de wal. De reddingsboot die niet wilde uitvaren omdat het weer te slecht was, besloot toch een poging te wagen naar zwaaiende opa en zijn maat. De rest van de bemanning verdronk. “Ze riepen allemaal om hun moeder” zei hij later daarover. Gedurende de laatste jaren van zijn leven was hij de oudste in leven zijnde geredde drenkeling door de KNRM. Dat leverde hem jaarlijks een uitstapje op waar hij van genoot.

Tijdens zijn leven had hij allerlei attributen verzameld die te maken hadden met de visserij. Ook zaken die door de generatie voor hem waren gebruikt. De meeste van deze attributen heeft hij bij leven geschonken aan musea. Zijn “stikkezak” kan bijvoorbeeld worden bewonderd in het museum in Vlaardingen. Zijn oude “kabeljauwhaken” zijn geschonken aan het Streekmuseum in Sommelsdijk. In het Schevenings Visserijmuseum was hij regelmatig te vinden. Hij vertelde daar over zijn ervaringen. Doordat hij jarenlang op zee en in vreemde havens was geweest en zich bevond tussen collega vissers uit Scandinavië en Engeland, sprak hij een bijzondere taal met invloeden uit die regionen.

Toen hij zelf in 2004 kwam te overlijden, kwam er uit zijn dressoir een A4 envelop tevoorschijn. Achteraf bleek dat hij zijn 2 dochters al vooraf had ingeseind over het bestaan van de envelop. De envelop was gevuld met handgeschreven velletjes papier. Tot in detail werd hierin zijn uitvaart en andere voor hem belangrijke zaken en wensen beschreven.

In het verleden had hij veel leed gezien onder nabestaanden. Het lijkt er sterk op dat dat voor hem de aanleiding is geweest om ervoor te zorgen dat zijn familie precies wist wat ze moesten doen. Ook had hij gezorgd voor voldoende financiële middelen voor zijn uitvaart. Dat was in zijn jonge jaren ook niet altijd vanzelfsprekend geweest.

Mooi is dat hij bij leven ervoor gezorgd heeft, dat zijn visserij attributen op een goede plek terecht zijn gekomen. Deze hebben een cultuurhistorische waarde en zijn nu toegankelijk voor iedereen. Met zijn envelop heeft hij zijn nabestaanden ontlast. Natuurlijk was er verdriet, maar ook respect dat hij middels zijn handgeschreven wensen en instructies tot op het laatst de regie heeft behouden. Hij bleef de man aan het roer.

De man aan het roer

De man aan het roer

Dit is “Opa Spaans” uit Scheveningen tijdens een zeiltochtje, zo’n 25 jaar geleden. Een behoorlijk contrast met wat hij tijdens zijn werkende leven op zee heeft meegemaakt. Hij was de grootvader van mijn vrouw en een ontzettende lieve en aardige man. Geboren in 1917 in een gezin met 11 kinderen en uit een echt “vissersgeslacht”.

Van jongs af aan is hij op zee geweest. Het was een keihard bestaan. Hij was weken van huis, met veel ontberingen en het werd niet al te best betaald. Regelmatig verdronken er collega’s die nooit meer werden teruggevonden. Twee zwagers van hem zijn al op jonge leeftijd verdronken, beiden lieten een gezin achter. Dit maakte grote indruk op hem. Bij deze gezinnen was het al geen vetpot, maar het wegvallen van de kostwinner was dramatisch. Dergelijke gezinnen werden onderhouden door familie in die tijd.

Zelf heeft hij ook schipbreuk geleden. Voor de haven van IJmuiden, liep zijn schip vast op het wrak van de Scheveningen 68. Het wrak van het schip waarop één van zijn zwagers schipper was. Hij kon ternauwernood gered worden. Door te zwaaien met zijn witte hemd werd hij opgemerkt aan de wal. De reddingsboot die niet wilde uitvaren omdat het weer te slecht was, besloot toch een poging te wagen naar zwaaiende opa en zijn maat. De rest van de bemanning verdronk. “Ze riepen allemaal om hun moeder” zei hij later daarover. Gedurende de laatste jaren van zijn leven was hij de oudste in leven zijnde geredde drenkeling door de KNRM. Dat leverde hem jaarlijks een uitstapje op waar hij van genoot.

Tijdens zijn leven had hij allerlei attributen verzameld die te maken hadden met de visserij. Ook zaken die door de generatie voor hem waren gebruikt. De meeste van deze attributen heeft hij bij leven geschonken aan musea. Zijn “stikkezak” kan bijvoorbeeld worden bewonderd in het museum in Vlaardingen. Zijn oude “kabeljauwhaken” zijn geschonken aan het Streekmuseum in Sommelsdijk. In het Schevenings Visserijmuseum was hij regelmatig te vinden. Hij vertelde daar over zijn ervaringen. Doordat hij jarenlang op zee en in vreemde havens was geweest en zich bevond tussen collega vissers uit Scandinavië en Engeland, sprak hij een bijzondere taal met invloeden uit die regionen.

Toen hij zelf in 2004 kwam te overlijden, kwam er uit zijn dressoir een A4 envelop tevoorschijn. Achteraf bleek dat hij zijn 2 dochters al vooraf had ingeseind over het bestaan van de envelop. De envelop was gevuld met handgeschreven velletjes papier. Tot in detail werd hierin zijn uitvaart en andere voor hem belangrijke zaken en wensen beschreven.

In het verleden had hij veel leed gezien onder nabestaanden. Het lijkt er sterk op dat dat voor hem de aanleiding is geweest om ervoor te zorgen dat zijn familie precies wist wat ze moesten doen. Ook had hij gezorgd voor voldoende financiële middelen voor zijn uitvaart. Dat was in zijn jonge jaren ook niet altijd vanzelfsprekend geweest.

Mooi is dat hij bij leven ervoor gezorgd heeft, dat zijn visserij attributen op een goede plek terecht zijn gekomen. Deze hebben een cultuurhistorische waarde en zijn nu toegankelijk voor iedereen. Met zijn envelop heeft hij zijn nabestaanden ontlast. Natuurlijk was er verdriet, maar ook respect dat hij middels zijn handgeschreven wensen en instructies tot op het laatst de regie heeft behouden. Hij bleef de man aan het roer.